“Hij wil nooit delen.”
“Ze spelen altijd naast elkaar.”
“Waarom neemt mijn kindje telkens speelgoed af?”
Het zijn vragen die we heel vaak horen bij jonge kinderen. En eigenlijk is dat ook heel normaal. Samen spelen en delen zijn vaardigheden die kinderen stap voor stap leren en die sterk verbonden zijn met hun ontwikkeling.

Hoe ontwikkelt samen spelen zich?
Bij jonge peuters draait de wereld nog heel erg rond “ik”. Ze ontdekken wat van hen is, wat ze leuk vinden en
hoe ze invloed kunnen uitoefenen op hun omgeving. Daardoor is delen vaak nog moeilijk. Niet omdat kinderen niet sociaal willen zijn, maar omdat ze hier ontwikkelingsmatig nog niet helemaal klaar voor zijn.
Rond 1 tot 2 jaar
Kinderen spelen vooral alleen. Ze kijken wel naar andere kindjes en vinden elkaar interessant, maar spelen meestal nog naast elkaar in plaats van samen. We noemen dit ook wel “parallel spel”.
Rond 2 tot 3 jaar
Kinderen beginnen meer contact te zoeken met andere kindjes. Ze kijken naar elkaar, imiteren elkaar en willen soms hetzelfde speelgoed. Hierdoor ontstaan ook vaker conflicten rond “van mij!”. Delen lukt soms al kort, maar meestal nog met veel begeleiding van een volwassene.
Rond 3 tot 4 jaar
Vanaf deze leeftijd zien we vaak meer écht samenspel ontstaan. Kinderen kunnen stilaan beurtjes nemen, eenvoudige afspraken begrijpen en samen fantasiespel spelen. Toch blijft delen nog moeilijk wanneer emoties hoog oplopen of wanneer iets heel belangrijk voelt voor hen.
Vanaf 4 à 5 jaar
Kinderen worden meestal beter in samenwerken, rekening houden met anderen en wachten op hun beurt. Ze begrijpen meer waarom delen belangrijk is, al blijft dit uiteraard iets dat verder blijft groeien.
Hoe oefenen wij dit tijdens de lessen?
Tijdens onze lessen werken we deze maand extra rond:
-
- je beurt afwachten,
- samen materialen delen,
- en positieve sociale interacties (zeg tijdens het delen gerust ‘alsjeblieft’ en ‘dankjewel’)
Dat doen we spelenderwijs en helemaal aangepast aan de leeftijd van de kinderen. We verwachten dus niet dat jonge kinderen “perfect kunnen delen”, maar we helpen hen oefenen in kleine stapjes waarbij jullie het grote voorbeeld geven.
Wat helpt kinderen hierbij?
-
- duidelijke structuur en herhaling,
- woorden geven aan emoties (“Jij wilde dat diertje ook graag”),
- samen succeservaringen opdoen,
- korte wachttijden,
- en vooral veel positieve begeleiding.
Ook thuis kunnen kleine oefenkansen helpen:
-
- samen een spelletje spelen,
- beurten nemen tijdens een activiteit,
- kiezen tussen twee opties,
- of benoemen wanneer iets al goed lukt.
Jij als volwassene bent het grote voorbeeld. Als jij telkens ‘alsjeblieft’ en ‘dankjewel’ zegt, leren je kinderen dit vanzelf. Als je kindje moet wachten tot het zijn/haar beurt is, benoem dan de volgorde: ‘eerst mag Liv, dan is het aan Louis en dan ben jij aan de beurt’. Zo krijgen ze perspectief van wanneer het aan hen is en hoelang ze nog moeten wachten.
Belangrijk om te onthouden: sociale vaardigheden groeien langzaam. Kinderen leren dit niet op één dag, maar door veel te oefenen in veilige situaties.
En net daarom vinden we het zo fijn om hier tijdens onze lessen samen mee aan de slag te gaan!